Afrikaanse fotografen


Ik ben al heel lang geïnteresseerd in de fotografie. En vanaf het begin heb ik een bijzondere belangstelling voor Afrikaanse fotografen. Daarom heb ik veel fotoboeken met Afrikaanse fotografie. En bezoek ik graag fototentoonstellingen van Afrikaanse fotografen. Mijn favorieten zijn de studioportretten die Seydou Keita (zie foto hierboven) en Malick Sibidé (zie foto hieronder) uit Mali in de jaren ’50 en ‘60 maakten. Eenvoudige en tegelijk bijzondere foto’s, technisch heel goed. Vaak met een doek met een patroon erop als achtergrond, en soms een rekwisiet, zoals een bank of een motor. Sibidé maakte ook foto’s van mensen op dansfeesten. Zwart-wit portretten, op bestelling gemaakt, bedoeld voor de mensen zelf, die de afdrukken (vaak briefkaart formaat) de volgende dag konden ophalen. Ik weet nog hoe verbaasd ik was toen ik in New York in de jaren ‘90 een tentoonstelling van foto’s van Seydou Keita tegenkwam, waarbij de foto’s opgeblazen waren tot één bij anderhalve meter of zoiets (!) – museumformaat dus. Dat was oorspronkelijk niet de bedoeling, maar ze waren nog steeds prachtig. Zowel Seydou Keita als Malick Dibidé zijn, min of meer tot hun eigen verbazing, internationaal succesvol gebleken in de kunstwereld.


Nu maak ik een sprongetje naar het heden. Een paar weken geleden bezocht ik de tentoonstelling Making Africa – Continent van hedendaagse design over ontwikkelingen op het brede terrein van “design” in het hedendaagse Afrika (www.makingafrica.net). Een hele diverse en brede tentoonstelling, met bijdragen uit allerlei vakgebieden, zoals: product- en meubeldesign, grafische kunst, illustratie, mode, architectuur, stedenbouwkunde, kunst, ambachten, film, fotografie. Wat me vooral opviel was dat de tentoonstelling zo optimistisch en kleurrijk was, alsof er een feest gevierd werd, en dat was ook zo. Met opvallende innovatieve producten van de laatste jaren, náást werken van direct na het einde van de koloniale overheersing in die landen (ruwweg de jaren ’60  van de vorige eeuw). Mijn belangstelling bij Making Africa ging natuurlijk speciaal uit naar de fotografie. En die was de moeite waard. Uit het verleden waren er onder andere zwart-wit  portretfoto’s van Seydou Keita en Malick Sibidé (beiden uit Mali). En uit het heden kleurrijke portretfoto’s van bijvoorbeeld Hassan Hajjaj (uit Marokko, zie http://www.taymourgrahne.com/artists/hassan-hajjaj) en Omar Victor Diop (uit Senegal, zie: http://www.omarviktor.com/).  Deze blog gaat vooral over deze laatste fotograaf, omdat ik erg onder de indruk ben geraakt van de kwaliteit en diversiteit van zijn werk. De foto hieronder is overigens van Hassan Hajjaj.


Omar Victor Diop  werd geboren in 1980 in Dakar, de hoofdstad van Senegal aan de Afrikaanse westkust. Hij werkte oorspronkelijk met succes in het bedrijfsleven op het terrein van “finance”. Maar daarnaast had hij al snel ook grote belangstelling voor fotografie en design. Naar hij zelf zegt vooral “omdat hij het gevoel had dat hij daarmee de diversiteit van de moderne Afrikaanse samenleving en de verschillende levensstijlen daarbinnen kon  vastleggen.” Zijn eerste tentoonstelling was Le futur du beau (Bamako, 2011) , waarin hij liet zien hoe hij dacht dat de mode er in 2112 uit zou zien. Vanaf dat moment was zijn naam als fotograaf eigenlijk al gevestigd. Daarna kwamen series als Diaspora, re-Mixing Hollywood en The studio of vanities.

Diaspora  baseert zich op schilderijen uit de 16e en 19e eeuw waarop Afrikaanse mensen geportretteerd zijn, die – meestal oorspronkelijk als slaaf – elders in de wereld woonden en werkten. Diop maakt in de stijl van deze schilderijen portretten van zichzelf, die hij niet ziet als zelfportretten, maar als metaforische portretten (“celebrations of a memory”), die iets zeggen over de zwarte identiteit in de wereld. “Ik maak gebruik van mijzelf om ze weer tot leven te brengen en ik betrek ze bij de huidige discussie over de rol van Afrika en de mensen uit Afrika in de wereld.”

Re-Mixing Hollywood  is een serie die hij maakte met in Frankrijk geboren Amerikaanse fotograaf Antoine Tempé.  De serie omvat 20 foto’s, geïnspireerd door iconische momenten uit Amerikaanse en Europese films, gemaakt met mensen afkomstig uit de moderne culturele scene van Dakar. Vanuit het idee:  Hoe zouden die films eruit zien als ze in Afrika geschoten waren?  “Film is grenzeloos”, zegt hij. Het resultaat is een mooie mix van de Westerse wereld en die van Afrika.

The studio of vanities is een serie portretten waarin de fotograaf de nieuwe gezichten van de stadscultuur in het Afrikaanse continent vastlegt. Creatieve en ambitieuze mensen met heel verschillende achtergronden, die allemaal werken aan het realiseren van hun dromen. De serie laat de wereld van de Afrikaanse grote steden zien en het kunstleven dat daar groeit en bloeit.
Zie voor een persoonlijke toelichting van Diop op zijn werk: https://www.youtube.com/watch?v=yHRUf1hbVQQ

Ik zie grote verschillen tussen Seydou Keita en Malick Sibidé aan de ene kant en Omar Victor Diop en Hassan Hajjaj aan de andere kant. De eerste twee waren in feite vakkundige en succesvolle plaatselijke studiofotografen, die op bestelling mensen op de foto zetten. Ze werkten in zwart-wit en hun belangrijkste zorg was om hun klanten zo goed mogelijk te bedienen. Natuurlijk leggen ze in hun foto’s ook stukjes lokale cultuur vast (via bv. de kleding en bij Sibidé ook de dansfeesten). Maar het ging er vooral om de mensen voor de camera zo goed en mooi mogelijk in beeld te krijgen. Dat leverde (vind ik) fascinerende portretten op. Dat laatste werd uiteindelijk ook in de internationale kunstwereld ontdekt, met als gevolg dat beide fotografen met succes over de hele wereld getoond en verkocht werden en worden.


Met Omar Victor Diop en Hassan Hajjaj is het een ander verhaal. Het zijn geen pure fotografen, maar autonome kunstenaars. Zij baseren hun foto’s op beelden afkomstig uit de moderne Afrikaanse stadcultuur. Hassan Hajjaj’s portretten uit Marrakech leggen de kleuren en spontaniteit vast uit zijn jeugd in Marokko. Zijn foto’s hebben vaak een vrolijk gekleurde pop-art rand bestaande uit blikjes frisdrank. Het werk van Diop mag de indruk wekken geïnspireerd te zijn op een aantal verschillende culturen, maar “dat hoort allemaal bij opgroeien in Dakar”, zegt hij.  “Senegal is misschien wel het meest open land van Afrika. Toen ik jong was keken we naar Michael Jackson, maar luisterden  we net zo goed naar beginnende plaatselijke groepen en Arabische muziek. Dit had veel invloed op de manier waarop ik naar de wereld kijk.”  Diop maakt naast zijn kunst- en portretseries ook veel modefoto’s. Vanzelfsprekend werken beide kunstenaars in kleur, vaak met heel uitgesproken kleuren. Beiden doen ook andere dingen, bv. in de sfeer van stoffen-ontwerp en kleding-design. En voor beiden geldt dat ze in hun werk over de grenzen van hun eigen cultuur heen reiken. Beide kunstenaars doen het daarmee goed in het internationale kunstcircuit.

Ondanks die verschillen ben ik tegelijk ook gefascineerd door iets wat Keita, Sibidé, Diop en Hajjaj gemeenschappelijk hebben. Dat is hun simpele en directe manier van portretfotografie, die je als kijker het beeld in trekt en die zich daarmee onderscheidt van het werk van veel andere fotografen. Zie de twee foto’s hierboven, van Seydou Keita (zwart-wit) en Omar Victor Diop (kleur). Ze kijken op eenzelfde manier. Net als Seydou Keita werkt Diop bijvoorbeeld vaak met kleden met bijzondere patronen als achtergrond van zijn portretfoto’s. Diop heeft ooit gezegd dat hij de grote erfenis van de postkoloniale Afrikaanse studio-fotografie weer wil heruitvinden, “datgene waar elke jonge Afrikaanse kunstenaar zich tegen afzet”. Dat is hem goed gelukt. And I love it!