Digitale fotografie: werkelijkheid of verbeelding?

Al een tijdje loop ik me af te vragen wat er in de fotografie veranderd is sinds de fotografie ‘digitaal is gegaan’. Vaak wordt gezegd dat digitale fotografie niet echt is, maar de verbeelding van de fotograaf weergeeft. Ik heb het gevoel dat er iets niet klopt met dat antwoord. Maar ik kwam er nooit aan toe om hier wat dieper over na te denken, laat staan er wat over op papier te zetten.

Wat klopt er niet? Ik voel ongeloof bij het idee dat fotografie vroeger vooral de werkelijkheid zou weergeven en sinds de digitalisering steeds meer verbeelding in plaats van werkelijkheid laat zien. Is dat nou echt zo? Was fotografie vroeger vooral een weergave van de werkelijkheid? En is dat tegenwoordig, door de komst van digitale technieken, heel anders? Ik weet het niet, ik geloof het niet. Vooralsnog denk ik dat er niet zoveel veranderd is, behalve misschien in de kunstfotografie.


In deze blog wil ik daarover verder nadenken. Mede geïnspireerd door het laatste hoofdstuk (H.9) van het boek Beeldspraak (Fotografie als visuele communicatie) van Ton Hendriks, getiteld: Wat is fotografie? Ik vond dat boek verder nogal ongrijpbaar, maar Hoofdstuk 9 sprak me wel aan.

De tekst van het boek maakt duidelijk dat er veel verschillende benaderingswijzen zijn van de vraag wat fotografie is. Maar ik zie ook dat er daar doorheen steeds een tweedeling zichtbaar is, die aangeeft wat fotografie is en wat ze weergeeft. Die tweedeling wordt aangegeven met verschillende termen.

Fotografie is:

• wetenschap en kunst (de oorspronkelijke tweedeling bij het begin van de fotografie)
• werkelijkheid en verbeelding
• analyse en emotie (hoofdstuk 9.1 van Hendriks)
• werkelijkheid en code (Roland Barthes)
• vertaling en interpretatie van de werkelijkheid (in de tekst van Hendriks)
• ratio en emotie (Noël Carroll)
• documentaire en autonome fotografie
• waarheid en schoonheid (hoofdstuk 9.2 van Hendriks)
• de waarheid vertellen en de dingen mooier maken (Susan Sontag)
• window en mirror/een venster waar je doorheen kijkt en een spiegel waarin je de fotograaf ziet (John Szarkowski)


Als je goed kijkt zie je dat het bij deze tweedeling eigenlijk steeds over hetzelfde gaat: Geeft fotografie de werkelijkheid weer of is een foto een verbeelding van de fotograaf? Je kunt die tweedeling zien als een duidelijke tegenstelling, maar ook als de uiteinden van een continuüm, waarbij allerlei tussenliggende combinaties mogelijk zijn en vóórkomen. Tot zover volg ik het nog.

Maar dan gaat Hendriks in zijn hoofdstuk Wat is fotografie? verder met paragraaf 9.3 Het digitale beeld. En zijn conclusie is dat er met de digitalisering een omslag in de fotografie is gekomen. Een omslag die erop neerkomt dat het digitale beeld per definitie een vorm van verbeelding van de werkelijkheid is, en niet langer gezien kan worden als een weergave van de werkelijkheid!
Na Photoshop is realisme nog slechts een effect”, schrijft de Spaanse fotograaf en criticus Jorge Ribalta in The meaning of photography!

En Hendriks vervolgt: “Er zijn nu mogelijkheden die in het analoge tijdperk veel moeilijker en tijdrovender waren. Dit geeft de waarheid in de fotografie een andere dimensie. Het publiek weet nu hoeveel digitaal veranderd kan worden en kijkt daardoor anders. De acceptatie van het realisme van de analoge afbeelding maakt plaats voor wantrouwen.”
Het beslissende moment” van de analoge fotografie (een term van Cartier-Bresson) wordt nu vervangen door “De beslissende montage” van de digitale fotografie. Fotografie schuift in zijn waarneming op richting schilderkunst en ook de documentaire fotograaf wordt meer en meer een autonome kunstenaar, die naar believen zijn beelden kan aanpassen aan wat hij zou willen zien.

Maar is dat nou zo? En over welke fotografie hebben we het dan? Over de kunstfotografie? Over de documentaire fotografie? Over de reclamefotografie? Over de familiesnapshots? Over journalistieke reportages? Over oorlogsfotografie? Over wetenschappelijke fotografie? Over technische fotografie? Over fotografie in de astronomie?

In mijn beleving is het merendeel van de fotografie in de wereld, en zeker de huis-tuin-en-keuken-fotografie, weinig veranderd van karakter sinds de invoering van de digitale camera. Wel wordt er heel veel meer gefotografeerd dan vroeger, zekers sinds de camera in de mobiele telefoon zit. Maar het grootste deel van die foto’s is nog steeds bedoeld om aan anderen of zichzelf de werkelijkheid van de directe omgeving te laten zien. Om te laten zien wat vóór de lens van de camera zichtbaar is. Zonder allerlei digitale manipulaties. En ook zonder groot wantrouwen bij de kijker of wat er getoond wordt nou wel echt waar is.

Hendriks gaat dat punt niet uit de weg. “Het is te eenvoudig om de fotografie meteen los te koppelen van de werkelijkheid, althans in filosofische zin. Iedereen ervaart bij de meeste digitaal geproduceerde, maar onbewerkte foto’s vaak hetzelfde realisme als bij de analoge fotografie.” En hij citeert nogmaals fotograaf en criticus Jorge Ribalta, die ook zegt: “Fotografie zonder realisme is irrelevante fotografie”.


Maar Hendriks kiest daarna toch weer snel helemaal voor fotografie als verbeelding. Hij baseert zich daarbij o.a. op de Amerikaanse hoogleraar fotografie Fred Ritchin (boek: After Photography). Hendriks zegt: De fotografie wordt (met de digitalisering – HV) meer een beeld dat ons verbindt met onze ideeën dan een beeld dat ons verbindt met onze waarneming. De huidige fotograaf kan met digitale beelden meer betekenissen scheppen dan de analoge fotograaf kon. Daarbij zijn de termen waarheid en leugen niet meer relevant. Omdat in het digitale beeld de band met de werkelijkheid losgelaten wordt, komt de fotograaf dichter bij de schilderkunst te staan.

Ik geloof daar niks van! Dat geldt misschien voor de kunstfotografie. Maar de meeste fotografie is geen kunstfotografie. Voor veel foto’s is de directe relatie met de werkelijkheid nog steeds uitgangspunt. Denk aan de familie-snapshots, de technische en wetenschappelijke fotografie, denk aan de fotojournalistiek. Als je in een journalistieke foto ook maar het geringste wijzigt komt die foto niet meer in aanmerking voor deelname aan de World Press Photo: het moet echt zijn!

Wat mij betreft kun je van de meeste fotografie dan ook echt niet zeggen dat realisme in die foto’s nog slechts een effect is. Nee, die foto’s zijn gemaakt om de werkelijkheid rondom de camera te laten zien, en dat doen ze!