Ihei Kimura, realistische fotograaf met een visionaire blik

Mijn vorige blog ging over Japanse fotografie die ik niét te zien kreeg, omdat de fotoboeken waar ze in stonden niet meer verkrijgbaar waren. Inmiddels is het mij gelukt een van die boeken op te sporen (via de bibliotheek): The History of Japanese Photography, uit 2003, uitgegeven door The Museum of Fine Arts in Houston. Dat boek beschrijft de ontwikkeling van de Japanse fotografie, vanaf 1848 (het jaar waarin de eerste camera werd geïntroduceerd in Japan) tot aan ruwweg 2000. In het boek zijn ruim 200 Japanse foto’s opgenomen, die met elkaar een goed beeld geven van de beschreven ontwikkelingen. Tussen al die foto’s waren er twee, ergens halverwege het boek, die mij onmiddellijk opvielen en bijzonder aanspraken. Het zijn foto’s gemaakt door de Japanse fotograaf Ihei Kimura in 1952 en 1953 (zie foto’s hieronder). Ze hebben wel wat weg van de foto’s van de Franse fotograaf Henry Cartier-Bresson. Dat is geen toeval, want Ihei Kimura was héél erg onder de indruk van het werk van Cartier-Bresson, toen hij dat, in 1951, voor het eerst zag.


Ihei Kimura is een van de “oudste” 19e eeuwse Japanse fotografen. Hij werd geboren in 1901, dus hij had in 1952 al een heel leven als fotograaf achter de rug. Hij werkte o.a. in de reclame-fotografie en als nieuws-fotograaf en richtte verschillende fotoclubs en tijdschriften op. Hij was een van de eerste Japanse fotografen die met een Leica-kleinbeeld camera werkte (net als Cartier-Bresson). In de 2e Wereldoorlog was hij fotograaf in het leger. Daarna probeerde hij weer aan het werk te komen als fotojournalist, maar dat lukt niet zo erg. Wel kreeg hij  bekendheid als jurylid bij de populaire maandelijkse fotowedstrijd, die vanaf 1952 in opdracht van het blad Camera werd georganiseerd. Ihei Kimura was  een aanhanger van het “fotografisch realisme”. Hij hield van spontane snapshots. Maar zijn geld verdiende hij in die tijd juist niet met snapshots, maar met “mooie” foto’s van vrouwen. Daar was vraag naar.

Dat veranderde allemaal toen hij foto’s zag, gemaakt door Cartier-Bresson. Ihei Kimura schrijft daar in From Postwar Japan To Travel West (gepubliceerd in het boek Setting Sun) het volgende over:

Rond 1950 was er een nieuw collectief van jonge fotografen gevormd: Shudan Foto geheten. Zij hielden hun eerste tentoonstelling in 1951. Het lukte de Japanse fotograaf Jun Miki om voor die tentoonstelling foto’s gemaakt door Henri Cartier-Bresson te pakken te krijgen – zijn werk over Matisse (zie foto links), en andere journalistieke fotografie. Jun Miki liet ze me voorafgaand aan de tentoonstelling zien. Die foto’s van Cartier-Bresson ráákten me verschrikkelijk – ik kan het niet anders zeggen. Ik werd er nederig van. En ik dacht: “Ik was dit helemaal vergeten. Ik was helemaal vergeten dat dit de eigenlijke verplichting is die de fotografie oplegt. “ Ik realiseerde mij daardoor dat fotojournalistiek mijn echte bestemming was. En tegelijkertijd werd ik erdoor wakker geschud en gaf het me de kracht om afscheid te nemen van de fotografie die ik tot op dat moment uitvoerde om aan geld te komen ( foto’s van vrouwen – HV). 


In de jaren daarna lukte het Ihei Kimura om een eigen plaats in de Japanse fotojournalistiek te veroveren. Met foto’s zoals de twee eerder getoonde en de foto hierboven uit dezelfde tijd. Fotografisch realisme in optima forma.

Over die periode nadat hij die foto’s van Cartier-Bresson had gezien schrijft Ihei Kimura het volgende:

Rond die tijd kreeg ik ook de gelegenheid om het foto-essay “Spaans Dorp” van W. Eugene Smith te zien (zie foto links). Het project is een mooi voorbeeld van humanistische fotografie, maar het zit wel heel dicht tegen schilderkunst aan, en om die reden was ik toch een beetje ontevreden over zijn werk. Ik heb mijn eigen mening als het gaat over fotojournalistiek en ik wil zeker het werk van Smith niet afkraken, maar het kostte mij moeite om zijn beelden te zien als “fotojournalistiek”.


Om elke dubbelzinnigheid voor mijzelf weg te nemen besloot ik daarom dat fotojournalistiek voor mij de enig begaanbare weg was.
In datzelfde jaar kwam Werner Bischof van Magnum naar Japan (zie foto rechts). Gedurende de tijd dat wij samenwerkten ontstond de nieuwe richting van mijn fotografie.

Het jaar daarna, 1952, werd mij gevraagd de boerenstadjes van de Akita Prefectuur vast te leggen. Dat was voor het eerst in twintig jaar dat ik de kans had om dorpen op het platteland te bezoeken. Het lukte mij eindelijk ook om mijn donkere kamer af te bouwen, om een Nikon en een lens te kopen – en de basis te leggen voor mijn eigen fotowerk. Een plattelandsdorp kun je zien als een microkosmos van onze moderne tijden. Zo’n plek leent zich gemakkelijk voor fotografie, en laat daarbij de ideologische gaten zien tussen de oude en nieuwe generaties. Ik bezocht Akita vijf keer gedurende de vier seizoenen van dat jaar. De reacties op de foto’s waren niet allemaal erg positief, maar het gaf me wel een geweldige kans om mensen te fotograferen.


Ihei Kimura werd uiteindelijk met zijn fotografie zo belangrijk voor de Japanse fotografie dat er na zijn overlijden een belangrijke prijs voor jonge fotografen naar hem genoemd is: de Kimura Ihei Commemorative Photography Award. Veel van die prijswinnende jonge fotografen hebben het ver geschopt in hun vakgebied. En maar liefst acht ervan zijn terug te vinden in het boek Setting Sun, met eigen teksten over hun fotografie.

Verderop in het boek Setting Sun vond ik een tekst van de beroemde Japanse fotograaf Nobuyoshi Araki, waarin hij schrijft over de periode waarin Ihei Kimura overleed:

Ik vroeg Ihei Kimura om Polaroid-foto’s te maken voor een tentoonstelling in Tokyo in 1974, met als titel: Een fototentoonstelling over foto’s. In eerste instantie had ik het idee dat zijn Polaroid-foto’s totaal oninteressant waren en dat elk gevoel in de foto’s ontbrak. Ze leken wel het ijskoude poolgebied van het fotografische landschap. Maar ondanks zijn hoge leeftijd kwam hij toch naar de plek waar de tentoonstelling werd gehouden en zei tegen mij: “Sorry, ik wist niet waar dit over ging”. Zelfs ik, een slim mannetje, dat nooit om een woordje verlegen zit, zelfs ik wist niet wat te zeggen. Ik bloosde, en boog simpelweg, mijn hoofd.


Omdat ik was opgegroeid in het centrum van Tokyo vond ik het fijn om naar het Akusa Sansha festival te gaan, of het Hozuki-ichi festival. Mijn geliefde Yoko en ik gingen erheen in een katoenen kimono, die mijn moeder had gemaakt, en zonder mankeren zagen we Ihei. Zoals altijd was hij foto’s aan het maken, met zijn Leica-camera (zie foto links). Hij had altijd een camera bij zich. Ik had toen geen camera bij me en daar voelde ik me schuldig over dus probeerde ik hem te passeren zonder gezien te worden…. maar, zo zeker als wat, zag hij ons toch.


Iemand vertelde me dat Ihei ooit had gezegd: “Als ik Nobuyoshi Araki niet meeneem maakt hij daar stampij over. De volgende keer neem ik hem mee.”

Tja, ik keek ernaar uit om met Ihei op te trekken. Maar in plaats daarvan ging hij dood. Die Polaroids in de tentoonstelling “ Een fototentoonstelling over fotografie” moeten de afscheidsbrief van Ihei Kimura geweest zijn: de foto van de kapperszaak, het park met de kersenbloesem in bloei, de kraai in de kersenboom(?!)…. In die foto’s was de dood aanwezig, ze waren de sublimatie van Ihei Kimura.

En aansluitend schrijft Araki dan nog het volgende:
Voor de tentoonstelling schreef Ihei Kimura een tekst over het onderwerp: “De mogelijkheid van een volledig automatische camera”. Dit is wat hij schreef over de Polaroid-camera:

In essentie is een Polaroid-camera een foto-apparaat en tegelijkertijd een donkere kamer. Als de kopieermachine zich steeds verder kan ontwikkelen, als de video steeds populairder wordt, en soortgelijke zaken … dan is het ook mogelijk – met behulp van wat technische ingrepen – om van de camera-met-donkere-kamer een camera te maken waarbij de nadruk helemaal ligt op het fotograferen zelf. Als dat zou gebeuren, dan is zo’n camera (waarbij je geen donkere kamer meer nodig hebt) de voorbode van een geheel nieuwe ontwikkeling in de fotografie.

Een heel bijzondere tekst, vind ik, geschreven in 1974! Als je ziet hoe de fotografie zich de afgelopen decennia, dankzij de digitalisering en internet, in de volle breedte heeft ontwikkeld, dan kun je niet anders doen dan constateren dat Ihei Kimura met de bovenstaande uitspraak helemaal gelijk heeft gekregen! Hij was niet alleen een groot fotograaf, maar had ook een bijzondere visionaire blik.